Eerst ruiken, dan proeven

Eerst ruiken, dan proeven
We liggen op bed, gekleed, al is dat bij jou erg schaars. We gaan het niet doen; dat was de afspraak. Ik ben netjes getrouwd en jij wilt geen aandeel in mijn drama. Alsof dit geen vreemd gaan is, maar daar denk jij als Napolitaanse anders over.
“Wil je een stukje fruit”, vraag je met een verleidelijk lachje. “Melone?” De meloen druipt van het sap. Je stopt een stukje in mijn mond terwijl je borsten onwillekeurig langs mijn wang schuren. Ik pak een kers voor jou.
“Eerst een kus, dan de kers, welke is zoeter?”
Het antwoord is een kus, gevolgd door een stuk banaan met een likje nutella.
“God zal me liefhebben, chili!”. Terwijl mijn mond en keel in brand vliegen, kom jij met een ijsje.
“Dit wilde jij mij laten proeven als jij je zin kreeg, toch”? Giechel-de-giechel. Met je lippen doe je een kers in mijn mond, en met je tong haal je hem terug. Ik rol nu onder jou en pak een stukje terug.
“Wat heb je nog meer?’ hoor je mij vragen.
“Lamponi, fragole, nee, niet kijken, proeven en genieten.” Je trekt je T-shirt uit, waar je al niets onder aan had, maar lang laat je mij daar niet naar kijken. Dat is ook niet de bedoeling. Het T-shirt zit in no-time als een blinddoek voor mijn ogen.
“Dulce”, lach je, zoet. Het kussen voelt steeds vertrouwder, de momenten van rust tussen de gangen van het oneindige verrassingsmenu. Op de tast laat jij mij stukjes perzik pakken om jou te voeren, waar we samen in opgaan. Het sap druipt. Met mijn tong voel je hoe ik het sap langs de zijkant van een van je borsten lik. Dan voel ik de framboos. Je gaat er nog spijt van krijgen dat je niet verder had willen gaan.
“Zou je dit ook bij je vrouw doen?”, vraag je, plagerig.
“Misschien”, hoor je mij zeggen, “maar dan met zure appels en citroenen”. Je merkt dat ik stop en nu naast je ga liggen. Is er iets? Over mijn vrouw had je misschien maar beter niet moeten vragen. Het loslaten van het moment, het verlangen naar wat nu niet gaat gebeuren, de afstand tussen ons… je merkt mijn stilte, mijn aarzeling, mijn pijn. Zachtjes streel je mijn gezicht.
“Calmo, mi amore”, fluister je zacht, rustig, mijn lieverd.
Je voelt dat ik weer langzaam tegen je aan kruip.
“Osserva”, ga je door, kijk goed, alsof dat zo eenvoudig is met deze geïmproviseerde blinddoek. “Eerst ruiken, dan proeven”.
Je hult jezelf beter in raadselen dan in je merkkleding van Dolce e Gabbana. Je geeft mij een pruim met een stukje kruidnagel, gevolgd door een vijg, gedrenkt in grappa. Deze geweldige combinaties laat je mij in alle rust ondergaan. Jij hebt de controle; zo had je vanaf het begin ook gewild. Ik ben jouw prooi.
“Aspetta”, fluister je, wacht. Je houd je adem even in. Ik hoor iets ritselen. Nu gaat er iets gebeuren en ik wacht vol spanning. Even is het stil. Dan komt de sappigste aardbei ooit. Heel bijzonder, deze ruikt wat naar kruidige olijven, lente-ui, zachtzuur-zout met een vleugje zoethout.
“Waar komt die vandaan?”, hoor je mij vragen, verbaasd en verrast. Met de volgende eindeloos passievolle kus worden de geurtonen sterker. Je hebt zelf ook zo’n aardbei in je mond. Terwijl onze tongen elkaar strelen en dansen met het fruit, ruik ik jouw musk. God-alle-Jezus, laat mij raden waar die geur vandaan komt…

Bir cevap yazın

E-posta hesabınız yayımlanmayacak. Gerekli alanlar * ile işaretlenmişlerdir